masterclass Non Urban Garden

Symposium ‘Ruimte denken’, 27 maart 2013

Verslag van de (plenaire) masterclass the Non Urban Garden. Tuinen van de 21e eeuw.

Met de volgende masters:
Albert van der Weide, beeldend kunstenaar en generalist (“Alle macht aan de kunst”)
Marije van Bork, HIK-ontwerpers. Maakt dingen voor de openbare ruimte ‘waar mensen op zitten te wachten’.
Ruud Reutelingsperger, lid van de kunstenaarsgroep Observatorium en gediplomeerd schilder.
Joop Hoogeveen, Kunstvereniging Diepenheim en curator van het project
Peter Sonderen, lector theorie in de kunsten ArtEZ en curator van het project

Binnen deze masterclass zijn de rollen deels omgedraaid. De masters hebben ook vragen aan (de professionals in) de zaal.

Algemene informatie (bron: www.kunstvereniging.nl )
Als vervolg op ‘De Tuinen van Diepenheim’, het Gazebo van beeldend kunstenaar Urbain Mulkers en de vlindertuin, de seringentuin en de wintertuin van beeldend kunstenaar herman de vries heeft de Kunstvereniging Diepenheim in samenwerking met het ArtEZ lectoraat Theorie in de kunsten het project ‘De tuinen van de 21ste eeuw’ opgezet.


Deel 1. Hoe is het zo gekomen?

Alle Hosper, landschapsarchitectuur en stedenbouw, stelde twintig jaar geleden voor Diepenheim een atlas op. De verschillende deelontwerpen voor het gebied werden gerealiseerd door kunstenaars en ontwerpers zoals Irene Fortuyn, herman de vries, Arno van der Mark en Mulkers. Nu stelt de Vereniging Diepenheim zich met het project Tuinen van de 21e eeuw voor de vraag: hoe nu verder?

Peter Sonderen: “Het kenmerk van Diepenheim is de verborgen orde. Die vind je in de taxonomie. Wij hebben vijf kunstenaars de vraag gesteld om in een verhaal te vertellen wat een tuin in de breedste zin van het woord is. Daarnaast hebben wij ze gevraagd of ze een ontwerp kunnen maken van de tuin van de 21e eeuw. Verhaal en ontwerp staan los van elkaar. Ieder kiest zelf een plek voor zijn tuin. Natuurlijk willen we dat die het liefst in Diepenheim ligt, maar het gaat in de eerste plaats om de ideevorming.”

Het onderwerp van deze masterclass is het schetsontwerp van Birthe Leemeijer, een van de deelnemende kunstenaars. Zij vatte de wilde tulp op als een Turkse migrant. De vraag aan de andere masters is hoe de wilde tulp zich vanuit Diepenheim gaat verspreiden? Volgens Ruud Reutelingsperger moet de tulp worden teruggegeven aan Turkije. Marije van Bork is van mening dat de tulp naar de Bollenstreek moet worden gebracht, moet worden gekweekt en van daaruit de hele wereld moet veroveren. Een ambassadeur met een heus samplekoffer en verhalen moet daarbij helpen.  Albert van der Weide is voor een illegale actie. Iedereen krijgt een stapel bollen en doet ermee wat hij wil. Volgens de zaal kun je de bollen ook aan kopers in tuincentra cadeau doen.

Joop Hoogeveen: “Birthe Leemeijer werkt nog aan een definitief ontwerp. Toch vraagt de vereniging zich al af hoe ze het project aan het publiek kan introduceren en hoe de pr te voeren.” De vereniging moet achter het bureau vandaan komen, vindt Marije van Bork. Ruud Reutelingsperger vindt het nog een vrij autonoom kunstenplan. “De vraag van het waarom is nog niet beantwoord. Als je echt gebiedstransformatie wilt dan moet je een goed verhaal hebben. Ik heb nog wat moeite met de autonome gedachte.” Albert van der Weide: “Artistieke kwaliteit is een vorm vinden waardoor er een nieuwe ruimtelijke kwaliteit wordt gevonden. Het is de rol van de kunstenaar om die vorm aan te bieden.” De aard van het project, het waarom ervan en de concrete vraag hoe de tulpen van Birthe Leemeijer het best verspreid kunnen worden lopen in de volgende discussie dooreen. 
Joop Hoogeveen wijst erop dat het nog maar om een eerste visie van de kunstenaar gaat. De kunstenaar blijft autonoom in haar idee maar wordt wel uitgedaagd om nog beter te kunnen. Jan van IJzendoorn reageert op het waarom van dit project. Vanuit Diepenheim moet er worden aangegeven wat de geest van de plek is en wat de innerlijke noodzaak is. Volgens Jerome Seymons moet het idee van de begrenzing worden opgeheven. Je wil juist een onbegrensdheid in tuinen hebben. Landschapsarchitect Ben Kuipers denkt dat je de hebzucht onder mensen moet aanwakkeren om de tulp verspreid te krijgen. Als je een geldprijs uitreikt aan iemand die de tulp heeft weten te fotograferen dan krijg je de tulp gemakkelijk verspreid.        

Deel 2. De wat-vraag.

Albert van der Weide: “Niet de kunstenaar maar Diepenheim formuleerde de vraagstelling. De vereniging moet dus verantwoordelijkheid nemen voor het toespitsen van de vraagstelling.” Hans Jungerius vindt dat de kunstenaar zichzelf als opdrachtgever moet neerzetten en daar ook financiering bij moet zoeken.

Marije van Bork vraagt zich af welke kwesties er nog meer spelen. Hoe ver is grenzeloos eigenlijk als je het hebt over de verspreiding van de tulp. Wat betekent een gemeentegrens in dit geval? Volgens Albert zou de opdrachtgever zich echter nu niet meer moeten bemoeien met het begrip grenzeloos. “Je moet de kunstenaar de vrije hand geven.” Er wordt nog een probleem geopperd: wie is in dit project de eigenaar?

Een laatste goede raad van de panelleden is dat je vooral ‘mooie dingen moet maken’(Marije). Volgens Albert moet ‘grenzeloos’ zo revolutionair en radicaal mogelijk worden ingezet. Want alleen dan wordt het een goed werk. Ruud Reutelingsperger brengt het ochtendprogramma in herinnering. “Vanochtend ging het erg over mensen, en over Jin en Jang. We willen de ‘chronotoop’. Dat is een plek waar ruimte en tijd bij elkaar zijn gebracht. Mijn advies is om te beantwoorden aan het verlangen naar een plek voor rituelen en om samen te komen.”